In het verleden besteedde ik aandacht aan de problematiek rond de stash van een coffeeshop. Kortgeleden deed de Amsterdamse rechtbank een uitspraak die grote gevolgen zal hebben. Om maar met de deur in huis te vallen: wordt een coffeeshophouder gepakt met een stash dan moet hij alle winsten met terugwerkende kracht terugbetalen en volgt (in ieder geval in Amsterdam) sluiting van de coffeeshop.

De betreffende coffeeshophouder was veroordeeld voor het bezit van bijna 35 kilo softdrugs die hij in een schuur van zijn woning bewaarde. Hij maakte zich volgende justitie schuldig aan een structurele overschrijding van de gedoogvoorwaarden over de jaren 2005 tot en met 2009 door meer dan 500 gram softdrugs in zijn bezit te hebben. Dat deze softdrugs op voldoende afstand van de coffeeshop werden bewaard maakt niet uit.

De bestuursrechtelijke uitgangspunten dat een stash elders niet leidt tot een overschrijding van de handelsvoorraad in een coffeeshop, mits de stash op enige afstand van de coffeeshop aanwezig is, worden door de rechtbank van tafel geveegd. In het strafrecht telt slechts dat een stash verboden is.

Meer dan 500 gram
Het is bekend dat de Belastingdienst eist dat een coffeeshophouder opgave doet van de softdrugs die buiten de coffeeshop worden bewaard om bij te vullen. De boekhouder van de betreffende coffeeshophouder gaf de voorraden op aan de Belastingdienst. Een personeelslid had tegen de politie gezegd dat de eigenaar van de coffeeshop meer inkocht dan 500 gram.

Het valt mij op dat in de praktijk vooral boekhouders maar ook personeelsleden op onbevangen wijze zeer nadelige verklaringen afleggen tegen inspecteurs van de Belastingdienst en ook tegen de politie over het niet kunnen bijhouden van voorraden in de boekhouding omdat de coffeeshophouder geen voorraden buiten de coffeeshop mag hebben maar deze intussen wel heeft.

Winst van vijf jaar
Er is een aantal coffeeshophouders dat aan de verzoeken van de Belastingdienst gehoor geeft en per einde boekjaar voorraad softdrugs vermeldt in de vorm van een bedrag. Daarmee lopen zij met deze jurisprudentie het grote risico om alle behaalde winst van de coffeeshop met terugwerkende kracht aan justitie te moeten betalen.

Dat is wat er precies gebeurde in de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. De coffeeshophouder moest de winst van twee coffeeshops over vijf jaar terugbetalen. Deze winst bedroeg € 1.025.623,63.

Deze uitspraak betekent ook dat personen die zich bezighouden met inkopen, verpakken, vervoeren etc. van softdrugs niet in loondienst van de coffeeshop kunnen zijn. Als een bijvuller wel in loondienst is en hij wordt door de politie aangehouden met softdrugs, dan loopt de coffeeshophouder grote risico’s, die in belangrijke mate afhankelijk zijn wat de bijvuller verklaart. Meestal neemt de politie een kijkje bij hem thuis en wordt administratie gevonden waaruit de dienstbetrekking met de coffeeshop blijkt.

Gemaakte winst kwijt
Het is vandaag de dag voor een coffeeshophouder onmogelijk om een stash aan te houden en hier mededelingen over te doen. Hij raakt op een simpele wijze alle gemaakte winst kwijt.

Bovenop dit rampenscenario volgt sluiting van de coffeeshop wegens slecht levensgedrag. Gelet op de huidige jurisprudentie blijft deze sluiting (in Amsterdam) in stand, zelfs als het om slechts ruim 7 kilo voorraad gaat.

www.rechtspraak.nl, LJN: CA0459                            Amsterdam, 29 mei 2013 Maurice Veldman