Dat rechters weigeren straffen op te leggen voor een reële voorraad cannabis in de stash heeft ook een keerzijde. Banken en verzekeringsmaatschappijen ontpoppen zich als gewetenloze kwelgeesten die een coffeeshophouder nog veel harder kunnen treffen dan een reguliere rechtbank in een strafzaak. Mr. Veldman over maatschappelijke eliminatie als verborgen vervolgingsmiddel.

Het was weer een week van triomf in het Amsterdamse hof voor cannabisland. Een coffeeshophouder wist er bij de rechter uit te slepen dat  het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk werd verklaard. Wat was het geval?

Ontnemingsvordering van ruim 1,6 miljoen van de baan

De verdachte werd beschuldigd van witwassen: hij zou zijn administratie niet goed hebben bijgehouden. Daarom moest hij van de rechter in eerste instantie ruim een miljoen euro terugbetalen aan de Staat. In hoger beroep vorderde de Advocaat Generaal ruim 1,6 miljoen. Inmiddels had ook de Belastingdienst zich gemeld en legde navorderingen op. Alle reden voor de verdachte om hoger beroep aan te tekenen.

In het Amsterdamse gerechtshof moest het OM de vraag beantwoorden waar de beschuldiging nu precies op was gestoeld. De Advocaat Generaal kreeg het verzoek van het hof om met de in beslag genomen boekhouding van de verdachte op de proppen te komen. Die administratie zat in acht plastic zakken maar deze bleken na lang speuren in de burelen van de politie onvindbaar. Er was ook niet goed opgeschreven wat er in beslag genomen was. Kortom: de politie had broddelwerk geleverd.

Genadeloze sanctie

Het hof was snel er snel klaar mee. Gevolg was de meest genadeloze sanctie die Justitie opgelegd kan krijgen door de rechter: het OM werd niet ontvankelijk verklaard. Het hof stelde dat de meest fundamentele beginselen van een goede procesorde waren geschonden. Het recht om te weten op grond waarvan je wordt beschuldigd is een pilaar van de rechtstaat. Als die pilaar ontbreekt, stort het hele bouwwerk in. De rechtvaardiging voor de ontnemingsvordering bleek non-existent. Het was een dreun van jewelste voor het OM. Dat wordt zelden niet ontvankelijk verklaard. Mooi werk dus.

Strafrechters zetten de achterdeur open

Strafrechters tonen zich immuun voor verwijten aan het adres van coffeeshophouders als het gaat over de opslag en aanvoer van cannabis. Dat is niets nieuws onder de zon: sinds de Checkpoint-zaak weigeren rechters categorisch straffen uit te delen voor opslag die nodig is om handelsvoorraden bij te vullen.

Gevaar uit andere hoek

Maar voor de coffeeshophouder begint de ellende vaak pas als de rechter heeft beslist geen straf uit te delen. Na een klinkende overwinning in het traject van het strafrecht kan het gevaar plotseling uit een heel andere hoek komen. Banken en verzekeringsmaatschappijen kunnen een cannabisondernemer namelijk maatschappelijk volledig lam leggen. Geen middel wordt daarbij geschuwd.

Van de niets en niemand ontziende acties van deze ‘Schreibtischmörder’ uit de Hollandse polder ken ik uit mijn eigen praktijk helaas te veel schrijnende voorbeelden.

In de boerderij van een coffeeshophouder die maar liefst drie coffeeshops runt wordt zo’n 40 kilo cannabis in beslag genomen. Bij de rechter lijkt alles met een sisser af te lopen. Die rekent in ferme bewoordingen af met de Officier van Justitie die mijn cliënt dagvaardde. Justitie helpt criminele organisaties juist aan werk met die onbezonnen inbeslagnames, vindt de rechtbank. Er moet ruimte zijn voor een verantwoorde bevoorrading. Niet voor niets betalen coffeeshops veel belasting. ‘Hasj en wiet goed voor de schatkist’ zo luidt de kop boven de uitspraak op www.rechtspraak.nl. Maar korte tijd later blijkt deze uitspraak een loszittende pleister op een etterende wond.

Boerderij volledig in de as

Onverwacht wordt de boerderij van de coffeeshophouder volledig door brand verwoest. Vanwege de verwoestende brand valt de oorzaak niet te duiden. Wel wordt vastgesteld dat er geen wietplantage aanwezig was in het pand. Kort voor de brand was de stash geconfisqueerd door Justitie. Deze was goed voor één maand verkoop in de drie coffeeshops van mijn cliënt en was veilig thuis bij hem opgeborgen in een kast. Tenminste, dat dacht hij.

Geen uitkering van de opstalverzekering

Na jarenlang premies te hebben betaald klopte de coffeeshophouder aan bij zijn verzekeringsmaatschappij Aegon, bij wie hij dacht goed gedekt te zijn voor het totale verlies van zijn woning. Maar schijn bedriegt, want deze ogenschijnlijk goedgezinde verzekeringsmaatschappij keerde zich opeens tegen de cannabisondernemer.

Coffeeshophouder als fraudeur

Een coffeeshophouder wordt door verzekeringsmaatschappijen als fraudeur afgeserveerd als hij ergens een stash bewaart en dit niet meldt aan de verzekeringsmaatschappij. Opzegging van de verzekeringspolis, met weigering om schade uit te keren, is het gevolg. Net als opzegging van hypotheken door banken.

Je naam komt dan in het zogenaamde CIS-register van de Stichting Centraal Informatiesysteem terecht. Die organisatie houdt samen met alle verzekeringsmaatschappijen een Centrum Bestrijding Gegevenscriminaliteit bij. Het gevolg hiervan is dat je door alle maatschappijen als fraudeur wordt aangemerkt en je dus geen verzekering meer kunt afsluiten. Dat geldt van opstalverzekeringen tot autoverzekeringen. In één klap ben je als een maatschappelijke paria vogelvrij verklaard.

Dit kan dus alle henneptelers en coffeeshophouders overkomen. Een typisch staaltje van Hollandse bestraffing van de achterdeur die door strafrechters al jaren open wordt gehouden. Maar de niet strafrechtelijke sancties zijn vele malen pijnlijker en ingrijpender dan welke strafzaak over een stash ook. Dat wordt door velen miskend. Nadat een coffeeshophouder in de strafzaak wegkomt zonder bestraffing begint de ellende vaak pas.

Na zijn gloedvolle overwinning bij de politierechter zag mijn cliënt zich geconfronteerd met de weigering door Aegon om de schade te vergoeden van het afbranden van zijn mooie huis. Als vergunninghouder zou je denken dat je de cannabis toch echt op de meest veilige plek thuis moet kunnen bewaren, maar dan kom je bedrogen uit.

De strafrechter heeft het volste begrip voor deze gang van zaken maar vervolgens ben je gewoon je huis kwijt, afgebrand en geen cent van de verzekeringsmaatschappij aan wie je jaren trouw je premies hebt afgedragen. Ondanks dat de rechter geen straf heeft opgelegd wordt je door de verzekeringsmaatschappij tot dakloze veroordeeld.

Dit overkomt dus niet alleen huurders die met cannabis worden gepakt en 5 jaar op een zwarte lijst komen waardoor zij nergens een woning kunnen huren. Ook eigenaren van koopwoningen worden zo maatschappelijk geëlimineerd.

Hypotheek opgezegd

Hetzelfde lot was een andere cliënte van mij beschoren. Nadat een bescheiden hennephok was opgerold werd haar hypotheek door de Rabobank opgezegd en is ze nu gedwongen haar huis te verkopen. Ook in deze zaak wordt de bewoner op een lijst gezet, en wel in het Interne Verwijzings Register (IVR). Gevolg: geen enkele andere bank wil nog een hypotheek of lening met haar afsluiten. Daar sta je dan, op straat dus, omdat de bank de woning in de openbare verkoop gooit. Deze dame kan bij geen enkele andere bank een hypotheek of lening krijgen en moet maar zien waar ze gaat wonen.

Civiele rechters genadeloos

Strafrechtadvocaten kunnen dus victorie kraaien in de rechtszaal, maar de ellende begint daarna pas echt. Civiele rechters tonen nog steeds geen enkel begrip voor de specifieke problematiek over de achterdeur van coffeeshops.

Verzekeringsmaatschappij zonder moraal

Aegon beriep zich in de civiele zaak van de afgebrande boerderij nota bene op een ‘moreel risico’ dat deze maatschappij zou hebben gelopen omdat de coffeeshophouder geen melding had gemaakt van zijn stash. Daargelaten dat een gerechtvaardigd beroep op welke moraal dan ook verzekeringsmaatschappijen in de regel volkomen koud laat, kunnen we vaststellen dat deze gang van zaken ieder gevoel van rechtvaardigheid tart.

Melding maken van stash onmogelijk

Natuurlijk kan een coffeeshophouder geen melding maken van de plaats waar hij zijn stash bewaart om de simpele reden dat dit direct aan de politie zal worden doorgegeven en inbeslagname het onverbiddelijke gevolg zal zijn. Zo komt hij van de regen in de drup en dat valt niet onder de bedoeling van het gedoogbeleid.

Hypocriet oordeel Haagse rechtbank

De redenering waar Aegon zich op beriep kwam er op neer dat mijn cliënt een verandering van het gebruik van zijn woning niet had gemeld. De woning werd volgens Aegon niet alleen als woning gebruikt, maar ook als bedrijfspand. En dat alleen omdat hij in een kast zijn stash had liggen. De rechtbank Den Haag volgde dit onzinnige verhaal maar al te gretig en deelde een daverende klap uit door mijn cliënt ieder beroep op het ontvangen van zelfs de kleinste schadeclaim te ontzeggen. Geen huis en geen geld was het gevolg.

Dakloos dus.

Het is voor iedereen van groot belang om dergelijke consequenties te overdenken en de bedrijfsvoering aan te passen om erger te voorkomen.

 

Amsterdam, 25 oktober 2016